Het spel

Bedoeling van Speel samen open kaart:

Het kaartspel ‘Speel samen open kaart’ is ontwikkeld om leerkrachten en docenten handvatten te geven om de evaluatiefase van het samenwerken met leerlingen doelgericht vorm te geven.

De reflectievragen helpen zowel de leerkracht als de docent, de individuele leerling, de samenwerkingsgroep en de groep als geheel om de kwaliteit van de samenwerking te bespreken. Om te ontdekken welke ingrediënten van een krachtige samenwerking aanwezig zijn en welke verder ontwikkeld kunnen worden.

Een hulpmiddel bij de reflectie op samenwerken

Door tijdgebrek merk je dat het evalueren van het  samenwerken er vaak bij inschiet. Of dat het blijft bij een algemene vraag als ‘hoe is jullie samenwerking verlopen?’  Meestal levert dit weinig concrete aanwijzingen op over hoe de samenwerking werkelijk was en wat er nog verbeterd kan worden.

Met dit reflectiespel heb je een tool in handen om de evaluatiefase inhoud te geven. Hierdoor wordt aan het samenwerken in de groep een nieuwe impuls gegeven. Je bespreekt met behulp van dit spel aspecten van het samenwerken, die meestal onbesproken blijven, namelijk:

– de mate van vertrouwen in jezelf, in de ander en in het doel van de opdracht;

– het zien, erkennen en benutten van onderlinge verschillen;

– de kwaliteit van de activiteit;

– de kwaliteit van het gesprek;

Door juist expliciet aandacht aan deze aspecten te besteden, wij noemen deze de vier ingrediënten van krachtige samenwerking, wordt de kwaliteit van de samenwerking voor zowel individuele leerlingen als de groep als geheel versterkt en verbeterd.

Relatie met coöperatief leren

Scholen en opleidingsinstellingen zijn veelal bekend met het ‘coöperatief leren’, ook wel het  ‘samenwerkend leren’ genoemd. De werkvormen die hierbinnen aangeraden worden, zoals bijvoorbeeld denken-delen-uitwisselen of tweetalcoach helpen om het samenwerken in de klas gestructureerd vorm te geven. Fijne hulpmiddelen waar je goed gebruik van kunt maken. Desondanks zien we dat ook dan de samenwerking niet altijd vlekkeloos verloopt en er problemen blijven bestaan in de samenwerking.

Herkenbare thema’s waardoor samenwerken lastig is, zijn:

  • onvoldoende vertrouwen in elkaar en onvoldoende verantwoordelijkheid nemen voor de samenwerking
  • weinig erkenning en waardering voor de inbreng van de ander
  • “gedoe” rondom afspraken en acties
  • lastig vinden om echt in gesprek te gaan met elkaar, met name bij verschillende ideeën en of meningen.

De coöperatieve werkvormen die op dit moment al vaak ingezet worden tijdens het samenwerken, lossen deze thema’s niet altijd op. Daar is meer voor nodig. Met Speel samen open kaart ga je in gesprek over  deze thema’s, dat leidt tot bewustwording over de wijze waarop samengewerkt wordt. Wij geloven dat als het samenwerkingsproces goed geëvalueerd wordt, dat handvatten biedt over hoe verder te gaan: wat vast te houden en wat te verbeteren.

Toepassingen:

Speel samen open kaart kun je op verschillende manieren in de praktijk gebruiken.

We geven een aantal mogelijkheden, en zijn ons er daarnaast van bewust dat elke onderwijspraktijk anders is en dat leerkrachten en docenten zelf kunnen inschatten welke manier bij hen en bij hun groep past. Er zijn veel variaties mogelijk.

Naast een reflectiegesprek met de leerlingen, kan je de kaarten gebruiken om een bepaald aspect van het samenwerken in de klas te observeren, impulsen te geven of met de klas doelen ter verbetering te formuleren.

Vragenkaarten kun je zowel vooraf, tijdens als na het samenwerken bespreken. Het voordeel van het bespreken van de kaarten vooraf aan het samenwerken is, dat de leerlingen tijdens het samenwerken gericht zijn op juist dat bepaalde aspect van het samenwerken (bv. elkaar vragen stellen).

Tijdens de samenwerking kunnen de leerlingen dan bewust oefenen en elkaar helpen om dit voor elkaar te krijgen. Ook geeft het handvatten om elkaar aan te spreken wanneer dit nog niet goed lukt. Op deze manier verbeteren leerlingen snel hun samenwerkingsvaardigheden.

Een vragenkaart kan je bespreken tijdens een klassikaal gesprek of in elke samenwerkingsgroep apart, maar bijvoorbeeld ook in een persoonlijk gesprek met een leerling als blijkt dat het samenwerken met andere leerlingen een lastige opgave voor deze leerling is en hij of zij handvatten nodig heeft om dit voor elkaar te krijgen.

Daarnaast kan een kaart willekeurig getrokken of juist bewust gekozen worden. Een besproken kaart kan gedurende een langere periode centraal staan, om zo de vaardigheid goed te laten inslijpen.

Wanneer je werkt met portfolio’s, kunnen de leerlingen de vragenkaarten gebruiken om te reflecteren op hun eigen vaardigheid van het samenwerken.

Speelwijzer

Wanneer een kaart besproken wordt, worden er altijd een vijftal fasen doorlopen.

  1. De vraag of stelling wordt hardop voorgelezen
  2. Elke leerling beantwoordt om de beurt de vraag of reageert op de stelling. Elk groepslid komt hierbij aan de beurt. Als een leerling geen antwoord weet te geven, geeft hij of zij de beurt door.
  3. Iedereen luistert goed naar elkaar. Je valt elkaar niet in de rede.
  4. Ieder antwoord is goed! Laat een ander uitpraten, stel vragen om meer te weten te komen, maar neem het verhaal niet over.
  5. Wanneer iedereen aan de beurt is geweest, wordt besproken wat de antwoorden betekenen voor de samenwerking. Wat valt op? Waar zijn de leerlingen tevreden over en hoe kunnen de leerlingen de samenwerking nog sterker maken?

Tijdens deze fasen speelt de leerkracht of docent als spelleider een cruciale rol. Leerlingen durven alleen antwoord te geven als er een veilige sfeer is in de groep. Wanneer de sfeer in de groep niet veilig is, kan niet van de leerlingen verwacht worden dat ze een eerlijk antwoord durven geven.

Tevens dienen leerkracht en docent er op te letten dat elke leerling aan bod komt, dat leerlingen goed naar elkaar luisteren en door leren vragen. De leerkracht/docent heeft hier een begeleidende en coachende rol in.

Coöperatieve werkvormen gebruiken bij Speel samen open kaart

Om grote betrokkenheid te realiseren tijdens de reflectie kun je coöperatieve werkvormen inzetten. De eenvoudigste manier om dit te doen is met de werkvorm denken delen uitwisselen.

De tijdsduur per werkvorm is steeds ongeveer 15 minuten, tenzij er een lastig thema wordt aangeboord.

Werkvormen in tweetallen:

  1. Denken delen uitwisselen:
  • Eén van de reflectiekaartjes wordt hardop in de klas voorgelezen.
  • Elke leerling neemt een minuut de tijd om voor zichzelf een antwoord te formuleren en schrijft zijn antwoord op.
  • Hierna worden de persoonlijke antwoorden in tweetallen uitgewisseld.
  • Tot slot vindt er een klassikaal gesprek plaats waar elk tweetal actief bij betrokken wordt.
  1. In de rij:
  • De leerlingen maken een lange rij in de groep en gaan op volgorde staan van ‘ik vind samenwerken lastig’ tot ‘ik vind samenwerken fijn’.
  • De leerlingen gaan met elkaar in gesprek om hun eigen plek in de rij te bepalen.
  • Als iedereen staat, gaat de docent/leerkracht met de leerlingen in gesprek:
    – Wat is er fijn en wat is er lastig aan samenwerken?
    – Wat maakt dat je staat waar je staat?
    De docent/leerkracht vraag door: hoe komt dat, hoe is je dat gelukt? wat heb je daarvoor moeten doen?
    – Wat is nog lastig? hoe kunnen we dat oplossen?
    (gesprek breed trekken naar andere leerlingen: ‘heeft iemand een tip?’)
    – Wat is er nodig om op te schuiven naar fijn? Wat vraagt dit van jou en wat van de anderen? Hoe zullen we dit de komende tijd gaan doen?
  • Daarna trekt de docent/leerkracht een reflectiekaart of kiest er bewust één. De leerlingen gaan in gesprek met degene die naast hen staat over de kaart. Na een minuut of vijf wordt ook deze kaart plenair besproken.
  1. In duo’s:

Vorm tweetallen van leerlingen die de afgelopen periode regelmatig hebben samengewerkt.
Vertel elkaar een topervaring op gebied van het samenwerken in de afgelopen periode.
Projecteer het wiel van krachtig samenwerken op het bord en licht dit nog even kort toe.

  • bedenk een tip en een top voor alle vier de onderdelen van de cirkel of voor een van de onderdelen
  • laat de leerlingen een kaart van jouw keuze (a.d.h.v. observaties) bespreken
  • geef de leerlingen een rode en een groene kaart (wat gaat al goed = groen, wat kan beter = rood)
    inventariseer de uitkomsten, hang ze op en maak inzichtelijk aan welk(e) doel(en) er de komende tijd gewerkt gaat worden.

Werkvorm in 4-tallen:

  1. De tafel rond

Ieder groepje heeft een kaartenset. Je licht vooraf nog even de spelregels toe.  Het spel wordt in elke groep een kwartier gespeeld middels de werkvorm ‘de tafel rond’. Je observeert en begeleidt evt. waar nodig.
Aansluitend vindt er een korte nabespreking plaats: ieder groepje levert een tip, inzicht, idee, aandachtspunt voor de hele groep.