Het gebruik van het wiel in de praktijk

Het beeld van het ‘Wiel van krachtig samenwerken’ is goed te gebruiken wanneer je de samenwerking in één oogopslag wilt evalueren. In het wiel heb ik alle vier de ingrediënten opgenomen, die belangrijk zijn bij samenwerken.

Wanneer je met behulp van het wiel de samenwerking evalueert met een groep, ontstaat er een overzicht hoe ieder ingrediënt scoort. Ook de mate waarin ieder ingrediënt scoort ten opzichte van elkaar, is bij die evaluatie dan in beeld gebracht. Zo is te zien welk ingrediënt op dat moment het hoogste scoort bij de groepsleden.
In dit blog, lees je mijn ervaringen met ‘het Wiel’ tijdens het begeleiden van een groep studenten op het moment dat ze hun samenwerking evalueren.

Team of groep

Bij de start van de bijeenkomst waarin ik samen met een groep studenten de samenwerking evalueer, check ik eerst of het groepje zichzelf nog gewoon een groepje vindt of dat ze zichzelf al echt als een team zien.
Ik vraag dan bijvoorbeeld: ‘hoe hebben jullie elkaar nodig om het eindresultaat te halen?’ ‘Eh.. ?!’ is vaak het antwoord. Het kost namelijk even tijd om hierover na te denken, en die tijd is zo waardevol! Het gaat erom te beseffen welke betekenis elke samenwerkingsgroep voor elkaar heeft. Wanneer je vervolgens uitlegt wat het verschil is tussen een groep en een team, is het makkelijk de relatie te leggen met een sportteam, zoals bijvoorbeeld het Nederlands voetbalteam; in je eentje kan je daar sowieso niet winnen. Dat voorbeeld spreekt vaak aan. Het leukst vind ik het om te werken met groepen die aangeven elkaar eigenlijk wel nodig te hebben voor een mooi eindresultaat en daarbij tegelijkertijd opmerken dat ze het niet makkelijk vinden om het ook echt samen te doen.

Toelichting op de taartpunten van het wiel

Het wiel voor krachtig samenwerken gebruik ik om de huidige kwaliteit van het samenwerken te evalueren. Ik doe dat door de cirkel te tekenen op een wit vel papier en vervolgens uit te leggen wat belangrijk is bij samenwerken per taartpunt.

Ik geef geen lange uitleg. De studenten weten snel wat je bedoelt als je zegt bij de taartpunt ‘in gesprek’ dat het van belang is om goed met elkaar in gesprek zijn over de doelen die je met elkaar wilt halen. En ze begrijpen ook heel goed dat bij de taartpunt ‘elkaar zien’ je bij een goede samenwerking er van uitgaat dat iedereen iets goed kan. En hoe zinvol en leuk het is om die kwaliteit dan ook te gebruiken in de samenwerking. Daarbij zeg ik vaak dat het een valkuil is om te denken dat iedereen hetzelfde moet kunnen.

Bij de taartpunt ‘aan de slag’ zeg ik; ‘alléén mooie gesprekken leiden niet tot resultaat, de handen moeten een keer uit de mouwen’. Ik wapper dan even met mijn handen, om het verhaal kracht bij te zetten en zeg vervolgens ‘ga maar na, soms gaan jullie te snel aan de slag, zonder dat je al voldoende weet wat je doelen of afspraken zijn. Of het kan ook voorkomen dat jullie nooit tot actie overgaan, of dat uiteindelijk maar een paar van jullie aan de slag gaan en al het werk doen’. Deze laatste opmerking wordt veel herkend. Dat hoor ik aan het gegrinnik in de groep.

Bij de taartpunt ‘vertrouwen’ is het belangrijk aan te sluiten bij het niveau van de groep. De meest basale vraag die ik hier stel is: ‘als iemand van jullie een foutje maakt, wat gebeurt er dan? … blijven jullie dan diegene steunen?’
Mijn ervaring met studenten bij dit ingrediënt is dat ze met elkaar aftasten hoe goed het eindresultaat moet worden. Het ene groepslid gaat voor een krappe voldoende en een ander groepslid gaat voor een dikke tien. Mooi om de studenten hun eigen kwaliteitsbesef hier aan elkaar te zien uitspreken.

Wat gaat goed en wat kan beter?

Na de korte toelichting op de vier taartpunten, mogen de studenten scoren wat volgens hen goed gaat en wat nog beter kan. Ze kunnen dit doen door cijfers te geven per taartpunt en deze te noteren op het vel papier. Of smileys, sippies als emoticons in de taartpunten te tekenen. Sneller is het om te werken met stickertjes: rode stickers voor wat beter kan, en groene stickers om aan te geven wat al goed gaat.

Bovenstaande foto laat zien dat deze groep zichzelf vooral goed scoort op ‘in gesprek’ maar dat ‘in actie’ en ‘elkaar zien’ best verbeterd kan worden naar hun mening.

Het gesprek over de score maakt het zo waardevol om samen open kaart te spelen. Zo had ik een keer een groepje studenten die er door deze score achter kwam dat ze elkaars kwaliteiten eigenlijk helemaal niet goed kenden. Vooral omdat ze graag op elkaar wilden lijken.

Lopen door de cirkel

Ook is het mooi om met een groep studenten in een cirkel te gaan staan en in het midden de taartpunten op de grond aan te geven met tape. Je kunt de woorden uit het wiel op A4 schrijven en die in de taartpunten erbij leggen.

Dan vraag ik de studenten om in het vak van het wiel te gaan staan wat zij al goed vinden gaan bij de samenwerking. En daarna in het vak wat beter moet kunnen. Ik heb wel eens een groepje gehad die al gelijk nergens in wilden gaan staan. Heel leerzaam voor het groepje. Wat speelt hier? Is het onveilig voor hen om zich uit te spreken? Soms maak ik dat bespreekbaar maar in dit geval bleef ik ze verleiden om uitspraken te doen over de samenwerking: Wat gaat dan het allerbest.. en het allerslechtst? En ik vroeg door: ‘Weten jullie waarvoor je moet samenwerken? Nee? Nou, ga dan maar eens staan in het vak van het vertrouwen, daar is het belangrijk om te weten in welke doelen jullie wel vertrouwen hebben en in welke niet.

En omdat je leerlingen fysiek laat bewegen, kun je bij alles wat ze antwoorden of zeggen, hen helpen om bij het meest passende ingrediënt/vak te gaan staan. Zo leren ze onderzoekenderwijs welke ingrediënten er nodig zijn bij krachtige samenwerking.

De twee werkvormen om met het Wiel aan de slag te gaan in de praktijk:

 

Waar sta en ga je voor?

Stap 1 Maak een kruis met plakband op de grond van de zaal

Stap 2 Nodig de leerlingen uit om er om heen te staan in een kring

Stap 3 Licht de vier taartpunten van het wiel van krachtig samenwerken toe

Stap 4 Nodig de leerlingen uit om in een taartpunt van een ingrediënt te gaan staan aan de hand van een vraag zoals:

Welk ingrediënt gaat goed in onze samenwerkingsgroep?

Welk ingrediënt vind je het makkelijkst toe te passen?

 

Stap 5 Nodig de leerlingen wederom uit om in een taartpunt van een ingrediënt te gaan staan, maar nu aan de hand van een vraag zoals:

Welk ingrediënt kan beter in onze samenwerkingsgroep?

Welk ingrediënt vind je het lastigst toe te passen? 

 

Stap 6

Bespreek steeds met hen: wat valt ons op? Waar staan de meeste leerlingen? Wat zegt ons dat?

 

Stickeren: Rood of groen

Stap1 Teken een kruis op het bord/flip-over

Stap 2 Licht de vier ingrediënten toe

Stap 3 Geef elke leerling een groene sticker en een rode sticker (of van elk twee)

Stap 4 Leerlingen plakken een groene sticker op het ingrediënt dat volgens hen al goed gaat bij de samenwerking in hun groep.

Stap 5 Leerlingen plakken een rode sticker op het ingrediënt dat volgens hen nog verbetering nodig heeft.

Je kunt eerst het beeld van de groene stickers bespreken met de groep, of je kiest ervoor stap 4 en 5 tegelijk te doen.

 

Stap 6

Bespreek het beeld dat in het wiel naar voren komt.

Tips:

  • Wil je dat de leerlingen elkaar niet beïnvloeden tijdens het plakken, dan vraag je hen om in gedachten al een plek te kiezen voordat ze gaan plakken. Je kan natuurlijk ook wanneer je dit ziet gebeuren, dit juist gebruiken om te bespreken.
  • Wil je dat de leerlingen niet anoniem stickeren dan kan je vragen om hun voornaam op het stickertje te schrijven alvorens te plakken op het wiel.
  • Pak een vraagkaart uit de kaartenset die overeenkomt met de kleur waar de meeste rode stickertjes zijn geplakt en laat deze centraal staan tijdens een lesperiode.

Gunilla Blijsie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *